Historie


November 1907 werd gestart met de bouw van het schip en op 19 mei 1908 volgde de oplevering aan de 1e eigenaar. Dit voor de prijs van f 5250,-
Het schip vervoerde vracht, o.a. stenen, aardappelen, mest, schroot, door heel Nederland, inclusief de zeeuwse wateren.

Het schip is als vrachtzeilschip gebouwd in 1907 op de Roorda werf te Drachten voor de Friese binnenwateren en de toenmalige Zuiderzee. De Roorda Werf, sinds 1902 gevestigd aan het Molenend bij de brug de Piip, was bekend om de bouw van zijn snelle Piipster skutjes. De Zorg met Vlijt, waarvan de oorspronkelijke tekeningen en het bestek van “een stalen Tjalkschip” bij het sluiten van de werf in de collectie van het Fries Scheepvaart Museum te Sneek zijn opgenomen, is dan ook bekend om haar ronde vormen.

De 2e eigenaar wilde er een motor inbouwen. Na de verbouwing van de roef, gemaakt van een uitlaatpijp van een stoomschip omdat staal in de oorlogstijd schaars was, bleek er in 1941 hiervoor geen geld meer.

Nadat het zeilvrachtschip lange tijd als woonschip heeft gefunctioneerd voor de 2e eigenaar en zijn gezin,is het schip door de derde en huidige eigenaar in 1973 ook als woonschip gekocht.
Geleidelijk heeft het schip toch weer zijn oorspronkelijke functie van zeilschip herkregen en sinds 1983 vaart het schip als zeilend passagiersschip op m.n. het IJsselmeer en de Waddenzee. De naam Zorg met Vlijt is overigens al die tijd onveranderd gebleven!

De Tjalk was vroeger het meest voortkomende zeilschip op de Nederlandse binnenwateren, speciaal gebouwd voor zowel wijde, nauwe en ondiepe wateren. De kenmerken van een tjalk zijn de vlakke breede vierkantige bodem zodat er een groter laadopervlak onstaat. Iedere streek had zijn eigen bouwwijze. Zo zijn er ondermeer groninger- ,friese-, zeeuwse tjalken en zijn er schepen voor specifieke wateren zoals de Oostzeetjalk. Het kenmerk van de friese tjalk is dat de huidplaten voor en achter zeer smal zijn. Kenmerkend is verder, dat het voor- en achterschip onder het berghout(uitstekende stootrand) minder steil loopt. De deklijn staat nergens stil. De smalle omhooglopende gangen in de kop geven het schip een sierlijk uiterlijk.